Tango: tussen melancholie en passie
Rond 1870 waren veel porteño’s (bewoners van Buenos Aires) uitgekeken op de wals, polka of mazurka. Het waren statige dansen waar geen vreemde variatie in de bestaande figuren of passen aangebracht mochten worden. Het was de bewoners in de stad wel opgevallen dat immigranten met eigen muziekinstrumenten in de buitenwijken prachtige nieuwe choreografische feesten hadden. De fatsoensnormen waren door deze mengeling van immigranten ook aan het veranderen. Want de porteño’s zagen dat hier gedanst werd met alle zintuigen, de dansen waren inniger, vuriger en overtuigender. Op een tweekwartsmaat zagen zij dansparen in een soort omhelzing een ocho of een molinete maken zonder de omhelzing te verbreken, die juist bij andere dansen met de lichamen van elkaar gescheiden werden uitgevoerd. Het leek wel een spel van uitlokken en beantwoorden. Elke avond werden er nieuwe passen ‘uitgelokt’, of verzonnen en andere verdwenen weer. Er werd vooral gedanst met de meisjes uit de bordelen, dat maakte het voor de porteño’s allemaal nog spannender. Dit is een fragment uit het boek over de Tango van Horacio Ferrer. (Meulenhof)
Op een gegeven moment overtrof de tango alle dansen in populariteit. Hij werd gedanst op binnenplaatsen, op pleinen bij de bordelen en op straat, maar vooral rondom de conventillo’s, dat waren grote huurkazernes waar de arme bevolking woonde (zoals in La Boca en San Telmo). Voor handwerkslieden, dienstmeisjes, dagloners en krantenjongens, was de tango de lust van hun leven, maar ook intellectuelen en theatermensen raakten in de ban van deze dans. 
De instrumenten die voor de tango gebruikt werden waren viool, contrabas, piano en twee bandoneóns. Die laatste waren kleine accordeons die mee waren gebracht door de Duitse immigranten. Rijke Argentijnen maakten in Parijs met deze dans goede sier en daar, vanuit luxueuze bordelen, werd de tango in Frankrijk een succes.
Toen kon de elite in Argentinië niet achterblijven, hoewel het voor hen een vulgair volksvermaak was. De jonge zanger, Carlos Gardel verrijkte de tango met een nieuwe zangtechniek, de rubato en samen met violist Julio de Caro vernieuwde en verfijnde hij de tango. |
 |
|
|
Informatie over Buenos Aires
|
|
| |
 |
|
 |
| |
Wereldwijzer Argentinië
door Patrick van der Doef
Prijs €29,50
ISBN 9789038918136
Bestel nu! |
|
De eerste
Nederlandstalige gids over Buenos Aires.
72 pagina’s vol met informatie, wandelingen en
(uitgaans)tips!
Prijs €8,- |
|
|
| | |
|